Lesexpres Duits
  loginnaam

wachtwoord

je wachtwoord vergeten?
  Home | Cursus Duits | Forum | Chat | Bijles | BESTEL HET BOEK | Aanmelden

Les 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | ...

Lestekst | Oefeningen

Lektion 2

Zelfstandig naamwoord en lidwoord

Een zelfstandig naamwoord is een aanduiding van een persoon, plaats, ding, idee en kan abstract zijn of concreet. Alle talen, dus ook het Duits, maken gebruik van zelfstandige naamwoorden. Voorbeelden in het Nederlands zijn 'huis', 'hond' (concrete dingen) maar ook 'huwelijk', 'bankrekening' (abstracte dingen). In het algemeen herken je ze doordat de lidwoorden 'de', 'het' of 'een' er voor staan, of er voor gezet kunnen worden.

Zowel in het Nederlands als in het Duits, zijn er bepaalde en onbepaalde lidwoorden. Een bepaald lidwoord ('de' of 'het) gebruik je om een specifiek ding aan te wijzen: 'de hond', 'het huis'. Het onbepaald lidwoord 'een' gebruik je om iets in het algemeen aan te wijzen: 'een hond', 'een huis'.

Het Duits kent veel lidwoorden, afhankelijk van de functie van een zelfstandig naamwoord in een zin. We beginnen met de eenvoudige bepaalde lidwoorden der, die en das. Het lidwoord der gebruik je voor mannelijke woorden, het lidwoord die gebruik je voor vrouwelijke woorden en het lidwoord das gebruik je voor onzijdige woorden. Helaas zul je in veel gevallen uit je hoofd moeten leren of een zelfstandig naamwoord in het Duits mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. Voor zelfstandige naamwoorden in het meervoud gebruik je die.

De onbepaalde lidwoorden die we in deze les leren zijn ein (voor mannelijke en onzijdige woorden) en eine voor vrouwelijke woorden. Het onbepaald lidwoord wordt, net als in het Nederlands, niet voor het meervoud gebruikt: 'een honden' bestaat niet in het Nederlands, en ook niet in het Duits.

lidwoordenmannelijkvrouwelijkonzijdig
onbepaald ein Hund (een hond)
ein Mann (een man)
ein Wagen (een auto)
ein Kuchen (een koek)
eine Frau (een vrouw)
eine Katze (een kat)
eine Blume (een bloem)
eine Woche (een week)
ein Haus (een huis)
ein Kind (een kind)
ein Glas (een glas)
ein Ei (een ei)
bepaald der Hund (de hond)
der Mann (de man)
der Wagen (de auto)
der Kuchen (de koek)
die Frau (de vrouw)
die Katze (de kat)
die Blume (de bloem)
die Woche (de week)
das Haus (het huis)
das Kind (het kind)
das Glas (het glas)
das Ei (het ei)

In de komende lessen zullen we aandacht besteden aan het belang van het geslacht oftewel of een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. Let op dat alle zelfstandige naamwoorden in het Duits met een hoofdletter worden geschreven, onafhankelijk of ze aan het begin van een zin staan of ergens midden in een zin.

Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp

Een persoonlijk voornaamwoord wordt gebruikt ter vervanging van een persoon of zelfstandig naamwoord. De woorden 'ik', 'jij', 'hij', 'wij', 'jullie', 'zij' zijn voorbeelden van persoonlijke voornaamwoorden, die worden gebruikt ter vervanging van een persoon of zelfstandig naamwoord dat in de zin als onderwerp wordt gebruikt. Bijvoorbeeld, in de zin 'de hond houdt van mensen' kan ik 'de hond' vervangen door 'hij': 'Hij houdt van mensen.'.

Het zelfstandig naamwoord 'mensen' kan ik in bovenstaande zin niet zomaar vervangen door de genoemde persoonlijke voornaamwoorden, want 'mensen' is in de zin 'Hij houdt van mensen' niet het onderwerp van de zin. Je zou dan iets krijgen als: 'De hond houdt van zij', en dat is natuurlijk niet correct. Daarover in latere lessen meer.

persoonlijk voornaamwoord als onderwerp
eerste persoon, enkelvoudichik
tweede persoon, enkelvouddu, Siejij, U
derde persoon, enkelvouder, sie, eshij, zij, het
eerste persoon, meervoudwirwij
tweede persoon, meervoudihr, Siejullie, U
derde persoon, meervoudsiezij

Wanneer persoonlijke voornaamwoorden een zelfstandig naamwoord in een zin vervangen, dan nemen zij het geslacht (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig) en het getal (enkelvoud, meervoud) over van het zelfstandig naamwoord dat ze vervangen. Neem bijvoorbeeld de zin Die Stadt ist klein (De stad is klein). Als we Die Stadt willen vervangen (vrouwelijk, enkelvoud) dan wordt de zin: Sie ist klein.

Het persoonlijk voornaamwoord Sie (U) begint altijd met een hoofdletter.

het werkwoord sein (zijn)

In de meeste talen is het werkwoord 'zijn' een onregelmatig werkwoord. Dit houdt in dat er geen regels zijn voor het vervoegen in de vormen 'ik ben', 'jij bent', et cetera. Het Duits is in dit opzicht geen uitzondering. Je zult de vervoegingen van sein uit je hoofd moeten leren:

sein (zijn)
ichbinik ben
dubistjij bent
er, sie, esisthij, zij, het is
wirsindwij zijn
ihrseidjullie zijn
sie, Siesindzij zijn, U bent

De formele 'U' vorm wordt dus vertaald als de derde persoon meervoud 'zij' Sie sind. Deze vorm is zowel te gebruiken als je één persoon aanspreekt of als je meerdere personen aanspreekt.

Indeling lessen

En wat kun je hier nu allemaal leren? Nou, we hebben een groot aantal lessen samengesteld, waarin de volgende onderwerpen aan de orde komen. Elke les heeft 60 woordjes aan woordenschat en uitgebreide oefeningen om het geleerde eigen te maken:
  • Les 1 - inleiding, alfabet en uitspraak
  • Les 2 - zelfstandig naamwoord, persoonlijk voornaamwoord, werkwoord sein
  • Les 3 - tegenwoordige tijd, woordvolgorde, vragende zinnen
  • Les 4 - meervoud, eerste en vierde naamval
  • Les 5 - voorzetsels, persoonlijk voornaamwoord in vierde naamval, werkwoord haben
  • Les 6 - klinkerwissel, bezittelijke voornaamwoorden, onregelmatige werkwoorden
  • Les 7 - ontkenning, het woordje gern, algemene uitdrukkingen
  • Les 8 - herhaling

  • Les 9 - getallen, tellen, rangtelwoorden
  • Les 10 - modale werkwoorden, werkwoorden met een voorzetsel
  • Les 11 - de derde naamval, werkwoorden derde en vierde naamval
  • Les 12 - voornaamwoorden en voorzetsels derde naamval, bijzin met infinitief
  • Les 13 - de klok
  • Les 14 - vraagwoord wie?, werkwoorden derde naamval, onvoltooid verleden tijd
  • Les 15 - vraagwoord waar?, voorzetsels derde + vierde naamval
  • Les 16 - herhaling

  • Les 17 - werkwoorden derde + vierde naamval, aanw. voornaamwoord, nevenschikking
  • Les 18 - onderschikking, de tweede naamval
  • Les 19 - bijvoeglijke naamwoorden
  • Les 20 - voltooid verleden tijd
  • Les 21 - onvoltooid verleden tijd
  • Les 22 - wederkerende/wederkerige werkwoorden, stellende en overtreffende trap
  • Les 23 - wenn, oder, als, betrekkelijke bijzinnen
  • Les 24 - herhaling

  • Les 25 - toekomende tijd, passieve rede





Gratis aanmelden

Heb je nog geen profiel?
Klik dan op 'gratis aanmelden'!



Doorzoek de pagina


www.lesexpres.nl is een website van Lesexpres, ingeschreven bij de kamer van koophandel onder nummer 64711811. Lesexpres hanteert de algemene voorwaarden van FENIT (Branche verenging IT-, Telecom-, Internet- en Office bedrijven in Nederland). Klik hier voor contactgegevens en algemene voorwaarden.